Een bed in de hemel

Stille getuigen

Die eerste ontmoeting,
die ogen, die blik.
“Haar vader is Hongaar”
en wie ben ik?

Hoe groot is een tweepersoonsbed?
Hemelse klanken
uit een koffergrammofoon.
Ontwakend verlangen
in een studentenflat.

Schilderend aan jouw hemel
spant zich de lucht.
De hel komt binnen.
Een adelaar vlucht.
In ijzige ogen
verrijzen de ijsschotsen van de Donau.
Klagende celloklanken.
Wanneer was de Donau blauw?

Wat zegt een naam
onuitspreekbaar uitgesproken,
oorsprong van mijn bestaan
bij haar ondergedoken.
Verstoring van verlangen
door oorzaak en gevolg.
De Donau is rood.

Hoe zwaar is een cello
voor een jongen van acht?
Veel zwaarder de kwelling
die hem nog wacht.

Een bed van zwarte aarde
bedekt onze vader

Lang gekoesterde hunkering
vervuld op een dag van rouw.
Heel even kleurt de Donau blauw.


Geïnspireerd door het gelijknamige boek van Tessa de Loo, De Arbeiderspers 2000

Gepubliceerd in "Strijklicht van violen", poëzie bij kunst en literatuur  (2013)

Putten

De troosteloze aanblik
van de oorlog,
verstilde schuren
in het schemerlicht.

Een levenloze boom
tekent zich af
als een skelet
tegen de
bloedrode lucht
die lijkt te roken
in een hemels schijnsel.

Gekrompen is de hooiberg
die schuilgaat in het donker,
wachtend op de morgen,
voor elk geluid beducht,

in een zucht
lijkt Putten uitgestorven.


Bij een schilderij van Wouter Bakkenes

Uit: "Strijklicht van violen, poëzie bij kunst en literatuur" (2013)